Goedemorgen! Als jij mij nu je gulste glimlach stuurt, zend ik jou de mijne!

DE  SCHRIJVER

 

illustratie illustration gert de goede kuifje tintin polaroid photoediting scenery

ZWART GAT

Ik val in een diep zwart gat. Even denk ik dat ik er geweest ben. Dan echter zie ik een helder licht. Versuft word ik wakker . . . . En kijk in een felle lamp. Frans Bauer zingt het hoogste lied. Mijn God! Veel hoger kan een man niet zingen. Of hij moet gecastreerd zijn. Naast me zie ik middelbare vrouwen graaien in een gebloemde sjaaltjes uitverkoopbak. Er komt een moederlijke vrouw naar me toe. Ze kijkt me van bovenaf aan. Haar zware boezem lacht me toe. Gaat het wel goed met u? Kan ik u misschien ergens mee helpen? Een glaasje water wellicht? Koffie? Of iets sterkers? Nee dank u. Het gaat alweer. Moeizaam sta ik op met behulp van de welwillende dame. Dank u wel mevrouw. Erg vriendelijk van u. Ik kijk om me heen. Nog nooit heb ik zoveel vrouwen om me heen gehad. Vreemd: ik zie nauwelijks jonge meisjes en vrouwen. De jongste lijkt me in de dertig. En die dame heeft een naamplaatje op haar borst. Die behoort vast en zeker tot de organisatie. Waar ben ik vraag ik me af. Ik loop een stukje verder.

Recht tegenover me zitten alweer een stel middelbare vrouwen, ze zijn een krantenslinger aan het knippen. Grappig! Dat deed ik als kind ook! Leuk! Zal ik meedoen? Mevrouw, mevrouw? Heeft u misschien interesse in een workshopje Indiase droom-kralen-armband rijgen? Ik kijk om me heen. Pardon, wie bedoelt u? U mevrouw! Ik . . . . Wat??? Ik? Ben ik een vrouw? Hoe kan dat nu weer? Geschokt kijk ik naar beneden. In mijn eigen goedgevulde decolleté. Ik grijp in mijn kruis. Een rok. En daaronder: niets! nou ja, geen piemel bedoel ik. Ik trek wit weg en kan nog net op tijd een stoel bereiken. Ik blijk in een "Beauty Barn"  terechtgekomen te zijn. De regen tikt op het tentdak. Zal ik u eens lekker verwennen? U ziet zo witjes! Naast me staat een lief meisje. Twee schitterende Bambi oogjes kijken me vriendelijk en welwillend aan. Ik laat me achterover zijgen en onderga gelaten een heerlijke gelaatspakking. De schouder, hals en hoofdhuid massage blijkt verrukkelijk. Helaas is het al snel weer afgelopen. Moeizaam sta ik op en bedank het vriendelijke meisje. En loop weer verder. Waar ben ik toch? Een huishoudbeurs? Een Viva Fantasy fair? Een bijeenkomst van de Landelijke Plattelandsvrouwenvereniging? En wat nog vreemder is: wat is er met me gebeurt? Wié ben ik nu in feite? Ben ik écht een vrouw? Moet ik zo de rest van mijn leven verder? Ach weet je. Het zal wel een droom zijn.

 

Ik laat het maar over me heen komen en probeer er gewoon zoveel mogelijk van te genieten. Kijk eens aan! Een nagelstyling! Kom maar hier! Als ik dan tóch een vrouw ben, wil ik er ook verzorgd uitzien. Doet u mij die fel rode nagellak maar. Wat zegt u? Met bloemetjes en hartjes? Nee zeg! Getver! Daar ben ik te oud voor hoor. Ja toch? Aha! Een spiegel. Kan ik stiekem eens kijken hoe ik er uit zie. "Fwieeet!" Ik hoor mezelf fluiten. Wat een lekker ding daar in die spiegel zeg! hooguit negenendertig en met een goed geconserveerd hoofd. Als ik er werkelijk zo uit zie, kan ik daar wel mee leven. De nagelstyliste kijkt lachend van haar werk op. Het lijkt wel of u zichzelf voor het eerst ziet zegt ze. Kind, je moest eens weten denk ik. En: ik heb zo nu en dan mijn betere dagen. En vandaag is er zo een. Ik voel me heerlijk! Doe mij dus toch maar een paar van die hartjes! Moet ik nu straks als jij klaar bent met lakken een half uur met mijn handjes in de lucht wapperen vraag ik lachend. Nee hoor mevrouw! Kijk u maar. Hier heb ik een UV droger, dan zijn ze in een wip klaar. Hou hier uw nagels maar onder. U komt zeker niet vaak bij dit soort evenementen? Nee, dit is de eerste keer, antwoord ik naar waarheid. Even later bedank ik het lieve kind en ga verder.

 

Mijn volgende stop is een "pimp je wimpers workshop". Nu ik vrouw ben wil ik vanzelfsprekend wél weten hoe ik er op mijn best uit kan zien. Ik leer om te gaan met een wimperkruller. En laat me vertellen dat ik ze ook kan laten permanenten. Zodat mijn ooghaartjes dan een paar maanden omhoog blijven staan. Doe dat volgende keer maar zeg ik. Dank je wel! En ik vervolg mijn weg. De volgende stop is bij het bloemen-moodboard maken. Wat moet ik me hier in Godsnaam bij voorstellen? Laat maar! Aha! Daar is het hoofdpodium. Jeroen van der Boom begint net met zijn optreden. Massa's middelbare vrouwen drommen om hem heen alsof het nog schoolmeisjes zijn. Moet ik, nu ik vrouw ben, deze Jeroen nu ook leuk vinden? Nee, niet echt. Het is en blijft mijn type niet. "Al was hij de enige op de wereld!" Gelukkig! daar komt ADHD-Krystl het podium op. Met in haar hand een groot glas Spumante. Daar ben ik onderhand ook wel aan toe. En onder de tonen van “Golden Days” ga ik op zoek naar een tentje waar ze iets sterkers serveren dan die weeïge kruidentheetjes die je hier overal gepresenteerd krijgt. Helaas! Niet te vinden. Of toch? Ik kijk door een kiertje van een grote, afgesloten tent. In de tent loopt een goedgeklede, lange, gladgeschoren man met een biertje in zijn hand. Hij lijkt ietwat te stotteren. Oh nee, hij is aan het rappen. Nee maar! Het is lange Frans! Hij staat recht voor mijn neus zijn stem te oefenen voor zijn act. Hoi moppie, wil je ook een biertje vraagt hij. Ik dacht dat je het nooit zou vragen! Graag! Dank je wel. Proost! Ik kijk om me heen. Er blijken nog een paar BN'ers in de tent te zitten. In een hoekje zit Bob SP Fosko wat in zichzelf te mompelen. Wat komt die hier doen. Zijn partij promoten? Hij zal toch niet gaan proberen te zingen? Frans Bauer kan in feite ook niet zingen. Of eigenlijk wel, maar het is mijn smaak niet. Én: hij doet het wél goed bij zijn (vrouwelijke) fans. Kijk daar staat hij: Fransje Bauer. Hij lijkt in een geanimeerd gesprek met Tatjana verwikkeld. Heb jij het v-vroeger echt met Joling gedaan vraagt hij. Echt? Ge-geloof ik niks van. Echt waar hoor! Tatjana lacht ondeugend. En het was nog lekker ook, hihihi . . . Aha! daar zit Cornald Maas. Van Opium. Interessante man. Sexy oren! Jammer dat hij homo is. Voor mij als vrouw dan hè! Als man wil ik gerust een keer een biertje met hem drinken, maar ik ben en blijf van binnen tóch een heteroman. Dan ben ik nu dus feitelijk . . . . Lesbisch? Dat zal dan wel. Vreemd!

 

Ik wil dit niet meer! Ik wil terug!!! Ik wil nu wakker worden uit mijn droom. Ik wil weer man zijn! Snel zet ik mijn biertje neer en vlucht te BN-tent uit. Als een haas ren ik naar de uitgang. De uitgang is een soort poort. Zacht en warm als een enorme moederschoot. Ik sluit mijn ogen en duik erin. En val in een enorm diep, zwart gat. Almaar dieper en dieper val ik . . . . even krijg ik het benauwd en denk ik dat dit het einde is. Echter: néé! Het blijkt pas het begin. Alweer zie ik een fel licht waardoor ik opgeslokt lijk te worden. Ik ervaar een enorme hoofdpijn en ik val op een matje. Direct begin ik enorm te huilen. Zo hard heb ik nog nooit gehuild. Iemand pakt me bij mijn voeten beet en tilt me op. Een vriendelijke vrouwenstem zegt: "het is een jongetje!" Gefeliciteerd! Alles zit er op en aan! Hij wordt later vast zanger. Wat een geluid komt er uit dat kleine ventje. Ze draait me om en veegt zachtjes wat vettige derrie van me af. Daarna legt ze me neer op iets zachts. Borsten! Dan kijk ik omhoog en zie twee innig gelukkige en betraande ogen naar me kijken. Twee zachte lippen kussen voorzichtig mijn voorhoofdje. Mamma!

 

 

 

 

OMA IS JARIG!

 

Vandaag wordt oma vijfentachtig. Ze woont al een poosje niet meer thuis, maar sinds ze in het bejaardenhuis zit lijkt het redelijk met haar te gaan. Het ging eigenlijk al een tijd niet meer. Als haar kinderen en kleinkinderen wel eens langs kwamen troffen zij de vreemdste dingen aan. Een bos bloemen in de prullenbak. En de rommel keurig geschikt in een vaas op de oude, doorleefde tafel met het door haar zelf gehaakte kleedje. Of ze zat chocoladekoekjes te soppen in de tomatensoep. Eigenlijk wel leuk dus, ze leek er zelf geen last van te hebben en ze maakte er zelf ook nog grapjes over. Tot die dag dat de thuishulp nog maar nét op tijd kwam. Omdat ze het gas aan had laten staan. Oma vond het al zo raar ruiken in huis; naar kattenpis of zo. Maar ze had toch helemaal geen kat? Of wel? Ze wist het niet meer. De familie regelde een plaatsing in het regionale bejaardenhuis en nu zit ze daar dus. Te zitten.


Hoi Oma! Hartstikke gefeliciteerd, dat we u nog maar lang in ons midden mogen houden! Dank je wel! Ze klinkt somber. Haar kleinzoon geeft haar een hand en een voorzichtige kus. Wat zijn haar vingers dun geworden. Zou ze wel genoeg eten in dat bejaardenhuis? Ze heeft het warm. Het is ook veel te warm de laatste tijd. Daar kunnen oude mensen zoals zij niet tegen. Ze zweet in haar vrolijk gebloemde nylon omajurk. De druppels vallen van haar neus in het koffiekopje. Oma! Kijk eens wat ik voor u meegebracht heb? Alstublieft, een kado! Zal ik even helpen met het uitpakken? Pff, wat is het heet! Hebben ze hier geen airconditioning? Da's toch belachelijk oma! Ze beknibbelen tegenwoordig ook overal op! Ze maakt het kado open. Het is een ventilator. Oma doet net alsof ze er blij mee is. Zo'n domme jongen, snapt hij nu werkelijk niet dat ze van die dingen altijd een stijve nek krijgt? Dank je wel lieverd! Wat attent, daar ben ik blij mee mompelt ze.
 


Oma smult van haar gebakje, al is de slagroom door de warmte een beetje uitgelopen. Ze geniet van alle aandacht en zuigt het op. Morgen zijn ze er niet meer. Dan zit ze weer alleen. Eenzaam. Ze snapt het wel. Iedereen heeft het druk tegenwoordig. Ze hebben allemaal hun eigen gezinnetje, hun eigen sores. Maar toch? Ze zouden best wel eens vaker langs mogen komen. Of wat meer opbellen, hoewel ze daar eigenlijk een hekel aan heeft. Nee! Zo mag ze niet denken. Ze moet zelf dankbaar zijn dat ze er nu allemaal zijn. Nou ja, allemaal. Die twee jongens van Margje zijn er niet bij, die zijn bij hun vriendinnetjes. Ja, en die kleine van Piet die is er ook niet. Waar is die kleine van jou eigenlijk Piet? Piet lacht. Ha ha mamma. Die kleine Suzan is toch al drieëntwintig en zit toch in Brazilië! Dat weet u toch? Voor haar afstudeerproject is ze een half jaar aan het werk in dat weeshuis in die sloppenwijk. Ze is toch nog gedag komen zeggen vorige maand? Oh ja. Nu weet ze het weer. Lieve kleine Suzan. Naar haar vernoemd. Haar oogappeltje. Afwezig staart ze naar de muur en denkt aan kleine Suzan die vroeger ieder weekend bij haar kwam logeren sinds opa overleden was. Mijn goede man. Wat was ie lief; met zijn witte, tot op het einde wilde haren! Maar op het laatst kon hij soms zomaar boos zijn, onredelijk. Nou, nou. Het was me er eentje! Maar oma wil niet zo worden. Oma wil lief gevonden worden. Lief blijven, lief zijn!

Oma! Wilt u een kopje soep? Lekker Jaap! Oma, ik ben Jaap toch niet? Ik ben Kees! Kent u me niet meer? Ja wel! Oma grapt: "mag oma zich niet eens een keertje vergissen op haar verjaardag?" Het is ook zo druk. Té druk. Ze is moe. Ze wil naar haar kamer. Ze wil naar bed. Ze is doodmoe. Ze wil eigenlijk niets meer. Ze wil eigenlijk liever dood zijn. Bij haar man zijn. Maar haar kinderen hebben haar nog nodig zeggen ze. Ze willen haar nog lang niet kwijt zeggen ze. Maar stiekem heeft ze eigenlijk genoeg van haar leven. Ze heeft het goed gehad; niet rijk, maar gelukkig tot redelijk gelukkig. Tot voor kort dan. Nu ze in dit tehuis zit, ver weg van haar huis, de buren, haar overgebleven vrienden. Of dat leuke vrouwtje van een paar huizen verderop die haar zo nu een dan een bloemetje of pannetje soep kwam brengen. Ze mist haar tuintje, haar vertrouwde spulletjes. De kleine dingen die ze nog in haar eigen huisje op kon ruimen. Maar nu? Nu zit ze in die gevangenis; het “be-jaar-den-te-huis!“. Bah! Ze kwijnt er weg. Vindt geen aansluiting meer. Is eenzaam. Eigenlijk is oma al dood. Ze moet alleen nog sterven. Maar nu moet ze helder zijn. Fris, lief en vrolijk. Meedoen met de meute en een goede indruk achterlaten. Morgen gaat ze. Tijdens het middagslaapje. Niemand zal iets merken, ze is tenslotte toch al oud. Ze zullen zeggen: “gelukkig heeft ze haar verjaardag nog meegemaakt”. De pillen liggen al klaar. Onder de foto’s van de kinderen en kleinkinderen in het oude sigarenkistje van opa. Drie maanden slaappillen opgespaard. Ze is niet dement; alleen zo nu en dan wat vergeetachtig. En moe, erg moe.

 

gert de goede illustratie illustration red white blue sneakers rood wit blauwe gympies